Ik heb nooit op het podium gehoeven. Het licht, het applaus, de naam op de poster: laat maar. Ik sta liever in de coulissen. Daar, half in het donker, waar de souffleur zit.
De souffleur is degene die de tekst influistert op het moment dat de speler hapert. Niemand in de zaal ziet hem. Niemand klapt voor hem. En toch loopt zonder hem de hele voorstelling vast. Hij kent het stuk beter dan wie ook, juist omdat hij er niet in speelt.
Zo wil ik werken. Ik fluister de richting in, jij speelt de scene. Het idee wordt van jou. De stap wordt van jou. En dat is precies de bedoeling.
Het werkt het best als
niemand ziet dat ik er was.
Want op het moment dat ik het podium opstap, gaat het over mij. Over mijn gelijk, mijn ego, mijn verhaal. Dan kijkt iedereen naar de boodschapper en niet meer naar de boodschap. En een idee dat aan een persoon vastzit, blijft klein. Het reist niet verder dan zijn eigenaar. Een idee dat je weggeeft, kan overal naartoe.
Ik weet nog goed hoe vreemd mensen dat vinden. We leven in een tijd die het tegenovergestelde predikt. Maak jezelf zichtbaar. Claim je expertise. Zeven tips voor een sterker persoonlijk merk. Alsof je pas bestaat als iedereen weet dat je bestaat. Ik geloof daar niet in. Ik bouw ook aan iets, alleen niet aan een podium. Aan een richting.
Er zit ook gewoon eigenbelang in, dat mag je best weten. Vanaf de zijkant zie ik meer. Wie op het podium staat, kijkt recht in het licht en ziet de zaal niet. Wie in de coulissen staat, ziet alles. De spelers, het publiek, de vergeten rekwisieten, de scene die dreigt te ontsporen voordat iemand anders het doorheeft. Mijn waarde zit in dat overzicht. Zet mij in het licht en je bent dat overzicht kwijt.
En eerlijk: het beschermt me ook. Wie fluistert, hoeft niet te schreeuwen. Wie niet op de poster staat, hoeft zich niet druk te maken over wat er over hem wordt geschreven. Ik heb energie voor de inhoud, omdat ik geen energie kwijt ben aan de schijnwerper.
Misschien herken je het wel. Die collega die in elke vergadering één vraag stelt waarna het gesprek ineens ergens over gaat. De vriend die precies het juiste zegt op de avond dat jij het nodig hebt, en er nooit op terugkomt. De souffleurs zijn overal. Je ziet ze alleen niet, en dat is hun vak.
Het mooiste moment van mijn werk is dan ook niet het applaus. Het is die ene blik van de speler, vlak nadat de zin gevallen is die ik influisterde. Even opzij kijken, met de gedachte: die was van mij.
Ja. Die was van jou. Zo hoort het.
